Herman De Coninckprijs 2010 - Gedichten

Lees de 5 GENOMINEERDE gedichten

  1. Paul Bogaert - Je werkt nu zelfstandig
  2. Eva Cox - Hand
  3. Charles Ducal - Aan deze kant
  4. Leonard Nolens - De zwaluwen
  5. Roel Richelieu Van Londersele - Mats

 

 

 

 

Paul Bogaert

Paul Bogaert - Je werkt nu zelfstandig

Je werkt nu zelfstandig en uit eigen beweging
aan je gegevens en zodoende word je levenslang
met de database intiem,
door de input beroest en door scores gekust.
Je verbetert/bevestigt wat afwijkt
als dat wordt gevraagd.
Wie niets gelooft of
wie lange tijd niets inzingt,
zakt weg.
Je profiteert ondertussen door veel te bestellen.
Je kunt jezelf onmogelijk als dood aanvinken.
Er is een persoonlijk invulveld voor twijfels.

uit Paul Bogaert, de Slalom Soft, nr.23, Meulenhoff | Manteau

 

Eva Cox

Eva Cox - Hand

Toen er een hand uit de kast stak, niet opdringerig, eerder
bijna verlegen, traag kantelend in het bleke licht, nam ik
een stoel en moest even gaan zitten. Ik overdacht het
bestaan, het ritme ervan, de pitloze weekte, en besloot de
hand niet weg te slaan. Sindsdien deel ik de tijd, mijn
kast en mijn leegte, en het is waar dat ik voor het eerst en
haast tot mijn spijt afhankelijk ben, maar ik blijf opgelucht
dat het een hand is en geen tong, god verhoede een tong,
of een neus, wat neuzen teweeg kunnen brengen, hoe men
er in lorren gehuld achteraan moet, nee een hand, lege
hand, glad, verlegen, traag kantelend in het harde licht,
op het ritme van de zon en wat uren.

uit Eva Cox, een twee drie ten dans, p. 676, De Bezige Bij

 

Charles Ducal

Charles Ducal - Aan deze kant

Op een dag, denk ik, begint het te sneeuwen,
een zondag heel vroeg als niemand het merkt.
Wij liggen in bed, al gedurende eeuwen
en luisteren aandachtig hoe het zich herstelt,

(terwijl de levenden met laarzen en schoppen
en op de wegen hun sporen van zout
omdat het vervoer hiernaartoe nooit mag stoppen
en onderweg nog zoveel moet bijgebouwd)

zo onhoorbaar omdat de tijd niet kan kloppen
en de klok stilstaat op zondag 5:10, heel precies.
Wij luisteren en horen hoe wij in de sneeuw
als kinderen ravotten, wij maken geen sporen.

Alleen wat gestuif, heel licht, als van poëzie.

uit Charles Ducal, Toegedekt met een liedje, p.80, Atlas

 

Leonard Nolens

Leonard Nolens - De zwaluwen

Toen wij hier kwamen was de wereld stil.
Er slingerde tussen het brood en de boeken geen snelweg
Over de tafel, wij konden ons duidelijk horen.

Wij zaten er dagen met de ramen open
Te luisteren naar de voorjaarstuin, de heg
Omhelsde het huis, geen bloesem was wreed in april.

Ons eiland was geen schande, wij spanden niet samen
Tegen een naamloze zee van lawaai in de kamer.
Praten was een postume vinding van Mozart.

Wij hadden elkaar en de tijd in de vorm van een hart
Uit het groen gegrepen. De zwaluwen stuurden wij later
Als liefdesbrieven die ons de winter benamen.

uit Leonard Nolens, Woestijnkunde, p.84, Querido

 

Roel Richelieu Van Londersele

Roel Richelieu Van Londersele - Mats

je zadelt mijn rug en sterk
rijden we een nieuwe ochtend in

meesterlijk, vanuit de hoogte, kies je
het golvend landschap voor je dag

jij, de uitvinder van de kleine glimlach
en van de ernst, als je waakt over onze vissen

in bad warmen we samen het water
en geven het aan kapiteins en matrozen

een lied en het schoonschrift word je,
ik de plek om stem en papieren te bewaren

je bent de tekening en het krijt
meer dan ik uit mij verwachtte

mijn voorraad ben je elke dag
je houdt mij op de wereld

uit Roel Richelieu Van Londersele, Tot zij de wijn is, p.50, Atlas