De poëziebundel 'Engel in wolken gehuld' van de vooraanstaande Servische dichter Vera Srbinovic werd vertaald door Theo Monkhorst op basis van de in 2008 in het Engels verschenen uitgave en in samenwerking met de Nederlands sprekende dichter zelf. Het betreft hier dus een geautoriseerde vertaling in het Nederlands.
Enkele citaten over het werk van Vera Srbinovic:
'Vera Srbinovic heeft gedurende decennia gedichten geschreven die haar uniek maken onder moderne Europese dichters'. (Introductie door dr. Drashko Redjep, vooraanstaand Servisch schrijver en criticus.)
Niet over het Spaarne! is een keuze uit de gedichten die Sylvia Hubers schreef tijdens de vier jaar van haar stadsdichterschap. Bavocentristisch en universeel, ernstig en kolderiek, vol brutale vragen en schuchtere antwoorden: in zijn grilligheid een echte Hubersbundel, die ook veel poezieliefhebbers buiten Haarlem zal raken.
Over God gaf ons apparaten:
'Ik luister graag naar Sylvia Hubers. Na een optreden van haar weet ik altijd weer dat met taal alles mogelijk is.' sargasso.nl
De terrorist en revolutionair Boris Savinkov (1879-1925) was ook een talentvol schrijver. In Het vale paard (1911), dat hij publiceerde onder het pseudoniem V. Ropsjin, schetst hij de moordaanslag op een hoge tsaristische functionaris door een terroristische groepering.
Na de revolutie keerde Savinkov zich tegen de bolsjewieken. Hij werd gearresteerd door de geheime politie en kwam om in de beruchte Ljoebjanka-gevangenis in Moskou.
Nestgeur handelt over een ver verleden - mensen die inmiddels dood zijn, waren toen nog goden. Ze betekenden veel voor elkaar en voor de toen nog zo jonge auteur. Vader Fokke Sierksma, W.F. Hermans, de pake's Hotse en Rypke, moeder Sjouk en al die anderen.
Alleen de hystericus Rousseau dacht in zijn Bekentenissen de gehele waarheid te kunnen schrijven, en niets dan de waarheid. "Mijn doel", zo noteerde de Fransman, "is een soort portret te schilderen dat in elk opzicht natuurgetrouw is. Mijn taak is het om mensen de waarheid te vertellen, niet om hen die te doen
In 'Zoek de zeesnuiver' zweept Rigter taal en beeld op tot niets. Hij pioniert alsof het moet, alsof vooronderstellingen zijwieltjes van de geest zijn. Alsof deze zee van steen daarmee iets openbreekt.
Arnoud Rigter (1978) publiceerde in o.a. De Gids, DBNL, nY, DWB en Hollands Maandblad. De afgelopen tien jaar deed hij ongeveer vierhonderd optredens. Hij is de helft van IKEGO, een multidisciplinair duo.
Over 'Her duimzuigend fossiel'(een pre-debutale buitenissigheid): Fris als een goede sashimi - 8weekly Poetische kathedralenbouwer - Eindhovens Dagblad Rekt
Swanborn maakt ons stil, oordeelde de jury van de J.C. Bloem-poezieprijs over de bundel Tot ook ik verwaai. En die stilte is precies wat Peter Swanborn wil benoemen. Met zijn gedichten probeert hij, als vele, roemruchte voorgangers, woorden te vinden voor het onzegbare. In zijn nieuwe bundel Het huis woont in mij vecht een verteller verwoed tegen het verval en de onbetrouwbaarheid van zijn herinneringen. In heldere, afgewogen gedichten volgt Swanborn de draad die hem terugvoert naar het huis van zijn jeugd. Maar die draad blijkt te kort: hij kan er net niet bij. Voorvaderen, vergeten
Albert Bontridder (1921) wordt beschouwd als een van de belangrijkste dichters van de na oorlogse literatuur in Vlaanderen. Na de overwegend neoklassieke jeugdpoezie uit de late jaren dertig en veertig debuteerde Bontridder offi cieel met de afzonderlijk uitgegeven dichtbundels Poesie se brise (1951) en Hoog water (1951). Beide bundels zijn opgenomen in de reeks van het experimentele tijdschrift Tijd en Mens. Bontridder was met Louis Paul Boon, Tone Brulin, Ben Cami, Hugo Claus, Remy C. van de Kerckhove, Jan Walravens en Marcel Wauters een van de redacteurs van het literaire tijdschrift.
Dit boek is een kunstwerk op zich. Een verzameling tekstflarden uit tekeningen; een gedichtenbundel die er geen is.
Door de vorm van een (nep-gedichten) bundel aan te nemen maar tegelijk geen enkele stilistische aanpassing in die zin te hebben ondergaan is het een ondermijning van en een pastiche op Arpaïs' cahiers. Alle tekeningen van de jaren 2010, 2011 en 2012 zijn gefileerd. Alle flarden tekst zijn van de tekeningen, waarvan ze integraal deel uitmaken, losgerukt en daardoor ontdaan van zin en bestaansrecht. Ze vormen zo een absurde, licht surrealistische, soms pedante opeenvolging van