Gedragen meisjes en jongens zich verschillend in de klas? Welke rol spelen leerkrachten in het al dan niet versterken van die verschillen? Deze vragen staan centraal in het doctoraatsonderzoek van Sarah Bossaert. Zij gaat na hoe meisjes en jongens in het eerste leerjaar basisonderwijs in Vlaanderen deelnemen aan de gesprekken met de leerkracht tijdens lessen Nederlands en wereldorintatie.
Aan de hand van observaties en video-opnames in twaalf klassen van het Gemeenschapsonderwijs in Vlaanderen, onderzoekt Sarah Bossaert de situatie in het eerste leerjaar. Daaruit blijkt dat de spreekruimte vrij gelijk verdeeld is over meisjes en jongens, op enkele individuele verschillen na. In de meeste klassen zijn er echter wel verschillen in de manier waarop meisjes en jongens aan de leergesprekken deelnemen. Terwijl een aantal jongens geregeld antwoorden en opmerkingen roept en jongens gemiddeld veel meer berispingen krijgen dan meisjes, gedragen meisjes zich eerder als modelleerlingen, die zich beter aan de afspraken houden en ook hogere rapportcijfers halen. Door het begin en het einde van het schooljaar te vergelijken, wordt de rol van de leerkracht toegelicht.
Daarnaast bevat dit boek een uitgebreid literatuuroverzicht van het onderzoek naar taal en gender en een bespreking van eerdere studies naar de deelname van meisjes en jongens in de klas. Mogelijke negatieve gevolgen van de verschillen voor zowel meisjes als jongens komen daarbij aan bod. Sarah Bossaert belicht ook stereotiepe, rolbevestigende uitspraken over vrouwen en mannen van zowel leerkrachten als leerlingen.
Wie voert het hoogste woord? is aanbevolen lectuur voor iedereen die met het basisonderwijs te maken heeft. Het boek biedt heel wat informatie over de concrete interactie in de klas. Daarmee kan het leerkrachten op elk onderwijsniveau en lesgevers aan pedagogische hogescholen aanzetten tot reflectie over de rol van gender in de dagelijkse lespraktijk. Het bredere kader en de theoretische uiteenzettingen op basis van de wetenschappelijke literatuur zijn interessant voor taalkundigen en pedagogen die zich voor gender interesseren, en zelfs voor een breder publiek met belangstelling voor genderaspecten in de opvoeding van kinderen.
Sarah Bossaert studeerde Germaanse Talen aan de Vrije Universiteit Brussel (2000), en volgde de Lerarenopleiding aan de Vrije Universiteit Brussel (2001) en de interuniversitaire Master Taalwetenschap aan de Universiteit Gent (2001). Sinds 2001 is zij verbonden aan RHEA - Centrum Gender & Diversiteit en de vakgroep Taal- en Letterkunde van de Vrije Universiteit Brussel. Sinds 2006 werkt zij als docent Engels en Nederlands in het volwassenenonderwijs (CVO GLTT). Dit doctoraatsproject werd afgerond in 2009.

Reacties (0)
Nog geen commentaar gegeven.