Patrick Hamilton (1904-1962) was nog maar vierentwintig toen het eerste deel van deze magnifieke trilogie, The Midnight Bell, verscheen. Het verhaal dat hij vertelde was min of meer dat van hemzelf, en handelt over een jonge man, Bob, die barkeeper is in een kroeg op Euston Road in Londen. Hij verliest zich volledig in een jong hoertje, Jenny; een liefde die hem verscheurt en uiteindelijk runeert. Hamilton bleef terugkomen op deze geschiedenis, wat resulteerde in De zege van plezier en De betonnen vlakten, waarin hij respectievelijk het verhaal van de ondergang van Jenny en de ongelukkige liefde van barvrouw Nella vertelt. Deze drie romans vormen een gelaagde trilogie waaruit een schitterend beeld van het Engeland van de jaren twintig oprijst. Het benarde klassenbewustzijn is alomtegenwoordig, terwijl naderend economisch en politiek onheil hun ijzige schaduw vooruitwerpen. De zelfkant van Londen is vaak beschreven, maar niemand heeft de van drank doordrenkte en schimmige wereld van het kroegleven zo scherp getekend als Hamilton.

Reacties (0)
Nog geen commentaar gegeven.