Ze zaten samen op school, twee jongens van dertien in het Amsterdam van de jaren vijftig. Max Veldman is de onderzoeker, die dingen weet waar de meeste jongens niets van begrijpen. Hij wil de onzichtbare wereld van de wind in kaart brengen, haar vastleggen in cijfers en getallen. Zelf wil hij ook het liefst onzichtbaar worden. Max woont samen met zijn vader, die op de cacaofabriek van Blooker aan de Amstel werkt. Dat zijn moeder er na de oorlog vandoor is gegaan met een Canadees, durft hij pas later te bekennen. Wouter van Bakel heeft totaal andere dromen. Hij wil harder lopen dan de wind, de honderd meter onder de elf seconden. Ook hij leeft zo in een wereld van tijden en cijfers. Door Max leert Wouter een andere, wonderbaarlijke werkelijkheid kennen.
De bijzondere, hechte vriendschap verwatert als de jongens naar de hbs gaan, en van lieverlee verliezen ze elkaar uit het oog. Pas jaren later, als Wouter revalideert van een spierziekte, ontdekt hij Max in een psychiatrische inrichting in de buurt. Dan blijkt hij de enige persoon te zijn met wie ?de onzichtbare jongen? wil praten. Maar dat er nog een grotere tragedie in Max? familie verborgen wordt gehouden, ontdekt Wouter pas als Max werkelijk onzichtbaar is geworden.

Login of registreer om boeken aan je boekenplank toe te voegen
De onzichtbare jongen
Uitgever:
Querido's Uitgeverij BV, Em. Verkoopprijs:
€ 12,50 Uitvoering:
paperback
woe, 07/09/2005
ISBN-nummer:
9789021453026
De onzichtbare jongen
WPG
301
301
Reacties (1)
Engelmundus
edere keer als ik weer aan een Bernlef begin, zijn mijn verwachtingen hoog gespannen. En iedere keer weet deze meester die te overtreffen. Ook De onzichtbare jongen is een prachtig boek, met veel verstilde schoonheid dat aanzet tot nadenken.
Het tijdsbeeld dat de schrijver schets van het Nederland kort na de Tweede Wereldoorlog is zonder meer geloofwaardig. De vriendschap tussen het wonderkind Max en Wouter is vertederend en is prachtig beschreven. De vele symboliek van de wind waar Max door is geobsedeerd, de snelheid van de hardloper Wouter versus zijn immobiliteit als hij een mysterieuze aandoening aan zijn benen krijgt. Het teveel aan herinneringen, beelden en geluiden die het hoofd van Max topzwaar maken. Van kinds af aan oefent hij zich in onzichtbaarheid, zoals de wind dat is. ‘De wind zelf kun je niet zien, zei Max, alleen maar voelen. Wind heeft iets anders nodig om zich te tonen.’ (p.8)
Ook de meest eenvoudige zinnetjes, waarachter een hele wereld schuilgaat. De moeder van Max is afwezig, in de oorlog meegegaan met een Canadees, al blijft dat duister. Wouter bekijkt in die wetenschap zijn eigen moeder. ‘Ze had een gezicht dat mij altijd geruststelde. Zacht en vriendelijk. Vol geduld. Zij zou er altijd zijn.’ (p.28) Dat laatste zinnetje toont de meester.
Als iedere keer ook nu weer: chapeau!