Aanhoudende voorspoed heeft van scheepsbouwer Berend Bepol, zestig jaar oud, een bezadigd man gemaakt met een filosofische inslag. De neergang in de scheepsbouw van najaar 1920 deert hem aanvankelijk dan ook weinig, wel maakt hij zich zorgen omdat hij geen opvolger heeft en is zijn dochter nog ongetrouwd. Hij doet zijn meesterknecht Niesten een voorstel, maar wanneer die een half jaar later in het huwelijk treedt, rijzen er problemen die hij niet had kunnen voorzien. Twee huizen staan er nu tegenover elkaar op de werf. In het nieuwe zit Niesten, die nauwelijks buiten komt omdat er nog steeds geen werk is. In het oude proeft Bepol de smaak van ondank.

Reacties (0)
Nog geen commentaar gegeven.