De abortuswet kende een woelige ontstaansgeschiedenis, met als hoogtepunt de koningscrisis van 1990, waarbij Koning Boudewijn zich 24 uren lang in de onmogelijkheid bevond om te regeren. Deze 'wet op de zwangerschapsafbreking' - door de voltallige regering ondertekend 'in naam van het Belgische volk' - is inmiddels reeds 15 jaar van kracht: hoog tijd dus voor een terugblik op de totstandkoming, de inhoud en de toepassing ervan. In welke omstandigheden is abortus verboden? Heeft een arts steeds de toestemming van de vrouw nodig voor vruchtafdrijving? Wordt de arts gestraft als zwangerschapsafbreking de dood van de vrouw tot gevolg heeft? Wat verstaat men onder 'noodtoestand', 'noodsituatie', 'verschoningsgrond', 'rechtvaardigingsgrond'? Wat zijn de wettelijke voorwaarden die bij elke vorm van abortus moeten nageleefd worden? Is er een rechterlijke toetsing nodig? Mag men slechts de zwangerschap afbreken binnen de 12 weken na de bevruchting? Moet de ingreep in een ziekenhuis plaatsvinden? Welke plichten heeft de voorlichtingsdienst? Heeft de echtgenoot/partner medezeggenschap? Gelden er speciale regels bij zwangere minderjarigen, bij gehandicapte ouders, bij misvorming van het embryo, bij zwangerschap na verkrachting of incest? Heeft men steeds het advies van een tweede arts nodig? Wat is de gewetensclausule? allemaal vragen die niet onbeantwoord blijven. Op 13 augustus 1990 werd ook een Nationale Evaluatiecommissie opgericht om toe te zien op de praktijk. U vindt op het eind van deze uitgave dan ook een beschrijving van de samenstelling en de taken van deze commissie, evenals een toelichting bij het beroepsgeheim en de eerbiediging van de privacy, en bij de administratieve formaliteiten die de arts, het ziekenhuis en de voorlichtingsdienst moeten vervullen. Deze uitgave vormt aanbevolen lectuur voor alle betrokkenen!

Reacties (0)
Nog geen commentaar gegeven.