Voor wie het wil zien, is het leven doordrenkt van poezie, zoals ook de poezie doordrenkt is van het leven. Charles Ducal opent zijn essay met een levensverhaal vol poezie, van de gemeentelijke jongensschool tot het sterfbed. Alle poezie dateert van vandaag, beweert hij, Sybren Polet citerend, en om dat te illustreren strooit hij doorheen zijn essay verzen uit van P.C. Hooft over Guido Gezelle en Lucebert tot Els Moors. Wat Ducal daarbij bezighoudt, is het imago van onbegrijpelijkheid dat poezie in veler ogen aankleeft. Volgens hem zegt het meer over die ogen en de wijze waarop ze lezen dan over de poezie. Het essay is een pleidooi om poezie te benaderen als wat ze in wezen is, een specifiek en creatief spel met de taal, en niet als een makkelijke gevoels- of stemmingsautomaat. Dat impliceert inwijding, moeite en precisie. Lezen wat er staat. Dan en alleen dan kan men ook, naar Martinus Nijhoffs regel, lezen wat er niet staat. Ducal besluit met enkele kritische bedenkingen over poezie en onderwijs.
'Alle poezie dateert van vandaag' is het derde Gedichtendagessay, een publicatiereeks waarin een dichter een persoonlijk pleidooi voor de poezie houdt. De eerdere gedichtendagessays werden geschreven door Paul Bogaert (2008) en Luuk Gruwez (2009). Een initiatief van het Vlaams Fonds voor de Letteren, in samenwerking met het Poeziecentrum.
Charles Ducal (Leuven, 1952) publiceerde talrijke dichtbundels, zoals 'Het huwelijk', 'De hertog en ik', 'De meesterknecht', 'Moedertaal', 'Naar de aarde', 'In inkt gewassen' en tenslotte de in 2009 verschenen bundel 'Toegedekt met een liedje'. De bundel 'In inkt gewassen' werd in 2006 bekroond met de Herman de Coninckprijs.

Reacties (0)
Nog geen commentaar gegeven.